Holistisch welzijn is geen doel, maar een middel

Bij onze voorouders was holistisch welzijn geen doel, maar een middel. Voeding, en daarbij eten, werd holistisch bekeken. Eten werd als één van de middelen gezien die ervoor moest zorgen dat iemand holistisch welzijn verkreeg of behield. Holistisch welzijn houdt in dat er een equilibrium is tussen fysiek, psychologisch en spiritueel welzijn. Drie componenten die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en elkaar daardoor ook beïnvloeden. De staat van holistisch welzijn werd door onze voorouders in Kemet en Kush “ma’at” genoemd en bij onze Yoruba voorouders “iwa” en onze voorouders in Suriname “kaseri”.

Het is deze staat die onze voorouders nodig achtten om in staat te zijn om je lotsbestemming/nkrabea uit te voeren. De wetenschap van onze voorouders leert ons dat eenieder wordt geboren met een missie voor het groter geheel. Dat wil zeggen dat eenieder een natuurlijke staat heeft en het beste opereert vanuit deze natuurlijke staat. Voeding, waaronder eten en drinken vallen, is een manier om in deze natuurlijke staat (ma’at/iwa/kaseri) te blijven of deze te hervinden. De wetenschap van onze voorouders leert ons dat wanneer iemand “ziek” is er dus voorwaarden en een milieu gecreëerd moeten worden waarbij iemand zijn natuurlijke staat en dus ma’at/iwa/kaseri hervindt. De wetmatigheden van ma’at waren dan ook wetmatigheden die men aanhield bij het kiezen, bereiden en nuttigen van eten en drinken. Bijvoorbeeld harmonie, hoe zorgt dit gerecht of drankje voor harmonie tussen mijn fysieke, psychologische en spirituele zelf. Wat voor effect heeft de manier van bereiding op de harmonie van de ingrediënten in het gerecht en daarbij ook de harmonie tussen mij en het gerecht. Nog een voorbeeld is balans. Wat is de juiste balans tussen de ingrediënten in het gerecht? En zorgt het nuttigen van deze voeding dat ik mijn biochemische en anatomische balans behoudt? 

Focus op holistisch welzijn
Onze voorouders besteedden meer tijd aan holistisch welzijn dan aan ziekte. In de tempels van Kemet bijvoorbeeld bevonden zich leraren, spirituele begeleiders en artsen, omdat dit de plek was waar men zichzelf leerde kennen. Jezelf leren kennen was een belangrijke taak, omdat dit je jouw missie op aarde deed herinneren en hoe beter je dit herinnerde des te beter je in staat was om ma’at te verkrijgen of te hervinden.

Wij zijn verslavingsgevoeliger
Slavernij en de vijandige invasie van niet-Afrikaanse volken hebben er mede door religieuze invloeden voor gezorgd dat onze voorouders steeds meer gewoontes aannamen van deze volken. Gewoontes die in de meeste gevallen geen positief effect hadden op de gemeenschap van onze voorouders, maar ook op onze voorouders als individuen. Deze gewoontes, ook op het gebied van voeding, zorgden voor een verminderd holistisch welzijn en afwijking van Afrikaanse spirituele wetenschap. Een voorbeeld hiervan is het nuttigen van diverse soorten alcohol. Alcohol werd in Afrika niet tot nauwelijks gebruikt. Eén van de weinige zo niet enige alcoholsoort dat gebruikt werd was palmwijn.
Alcohol is anti-melanine. En onderzoek heeft uitgewezen dat melanine dominante mensen sneller dronken worden en verslavingsgevoeliger zijn dan anderen.

Drang naar de traditionele Afrikaanse kijk op het leven blijft bestaan
Onze voorouders kregen meer en meer een cultuur dat een mix was tussen Afrikaanse spirituele wetenschap en de islam en later het christendom. De drang om de traditionele Afrikaanse kijk op het leven en daarbij ook eten en drinken zorgde ervoor dat onze tot slaafgemaakte voorouders zaadjes van plantjes en kruiden o.a. in hun haar mee smokkelden naar de verschillende Amerika’s.

“Dringi dresi wakti siki”
In de Amerika’s was de basisfilosofie van het leven van onze voorouders nog steeds afrocentrisch en hierdoor dus ook de kijk op genezing en gezondheid en dus ook eten en drinken. Onze voorouders aten en dronken naast het afval dat zij als voeding kregen, ook diverse groenten, fruit, kruiden en drankjes die bevorderend waren voor hun holistisch welzijn. Zo dronken onze voorouders periodiek hun muru dresi, kowru dresi en aten groenten als sopropo en tamarinde. Het motto toen en ook nog lang na de slavernij was “dringi dresi wakti siki” oftewel “bereid jezelf holistisch voor op het geval van ziekte”. Dit is de reden dat onze voorouders er ondanks erbarmelijke omstandigheden wellicht beter aan toe waren dan wij.

Sankofa
Door het steeds meer verwesteren van ons als gemeenschap, door het wegvallen van de afrocentrische kijk op genezing en leven zelf, waar het toenemen van het christendom een belangrijke rol in heeft gespeeld, verkeren mensen van Afrikaanse oorsprong in een achterstandspositie als het gaat om holistisch welzijn. Mensen van Afrikaanse oorsprong zijn koplopers als het gaat om ziektes als diabetes, hoge bloeddruk, vleesbomen en prostaatkanker. Om maar een paar te benoemen. Wellicht is dit een signaal om “sankofa” toe te passen. Wellicht is het tijd om achteruit te kijken en te leren over en van onze voorouders om vooruit te komen.

Wil je meer weten hierover? Op woensdag 19 juni van 19.00 – 21.30 uur zijn wij als onderdeel van de Black History Month NL samen met Giovanni Ravenberg van Electric Food de sprekers tijdens het Black History Month symposium met als thema “Afrocentrische geneeswijze voor, tijdens en na de transatlantische slavernij”. De entreeprijs bedraagt € 10,-. Wil jij erbij zijn? Koop je kaartje via deze link.

Deel dit met je vrienden!